WAT MOET EEN PEUTER DAGELIJKS ETEN?

Na het eerste jaar, waarin een kind groeit als kool en meestal ook flink kan eten, gaat het in het tweede levensjaar wat rustiger aan. De groei verloopt langzamer en de peuter eet soms zelfs minder dan voor zijn eerste verjaardag.
Ouders gaan zich dan soms onwillekeurig zorgen maken of hun kind wel voldoende krijgt. Het is heel begrijpelijk te denken dat als een kind de hele dag loopt en rent, het meer moet eten dan in de tijd dat het nog in de box lag. Toch is dit niet zo. In zijn babytijd eet een mens naar verhouding enorm veel om ongeveer 25 centimeter te kunnen groeien en zeven kilo in gewicht toe te nemen. In het tweede en de daarop volgende jaren gaat de groei trager: het kind groeit dan gemiddeld twee kilo en 8 centimeter per jaar. Een peuter heeft daarom in verhouding minder voeding nodig.

Een peutermenu kan er bijvoorbeeld zo uit zien:

Ontbijt:	1 snee bruinbrood, besmeerd met margarine
		beleg: (smeer)kaas, worst of zoetigheid
		bekertje kinderthee zonder suiker
Koffietijd:	bekertje melk
		soepstengel of rijstwafel

Lunch:		1  2 sneetjes bruinbrood, besmeerd met margarine
		beleg: zie ontbijt
		bekertje melk

Theetijd:	kinderthee of sterk verdund appeldiksap
		1 vrucht (in stukjes)
Warme maaltijd:	klein stukje vlees, vis of kip (50 gram) of 1 ei
		2 kleine aardappelen of 2 eetlepels rijst of macaroni
		2 eetlepels groente
		schepje jus of saus
		schaaltje yoghurt of vla of wat fruit
Per dag heeft een peuter 1/2 - 1 liter drinkvocht nodig; dit is inclusief melk of karnemelk.
Het ene kind eet veel meer dan het andere kind. Het ene kind is ook actiever dan het andere kind en verbruikt daardoor meer energie. De hoeveelheid eten zegt niets over de groei van het kind: zolang lengte en gewicht voldoende toenemen is het goed. Dit wordt op het peuterbureau bijgehouden.

Lastige etertjes
. De peuter gaat de wereld verkennen en heeft het daar zo druk mee, dat hij of zij minder aandacht voor het eten heeft. De peutertijd is ook de periode dat kinderen zich kunnen ontpoppen tot lastige etertjes. In de loop van het tweede jaar krijgen ouders wel eens het gevoel dat het eten echt een probleem is: zoon- of dochterlief vertikt het om fruit te eten of melk te drinken en er zijn maar enkele groenten die het kind zonder mokken opeet. Vooral als een kind 's avonds moe is van een hele dag spelen, kan de maaltijd wat probleempjes opleveren. Dit is ook de periode dat het kind zijn eigen wil begint te ontdekken en `nee' leert zeggen. Het kan nee zeggen tegen wat papa en mama zeggen maar ook tegen naar bed gaan, op het potje gaan en niet te vergeten tegen het eten dat er op tafel komt. Het dwarse gedrag van hun peuter drijft ouders soms tot wanhoop. Hoe moeilijk het ook is, toch is het beter uw ongerustheid over het slechte eten van uw kind niet te laten merken. Kinderen voelen, zo jong als ze zijn, haarfijn aan waar u zich druk over maakt. De maaltijden kunnen dan een dagelijks terugkerend drama worden.

Hier volgen enkele tips om met moeilijk etende kinderen om te gaan:
- maak het eten niet tot een machtsstrijd: eet het kind niet, dan maar niet. Ga niet met uw peuter in discussie. Eet zo ontspannen mogelijk met de andere tafelgenoten door. Kinderen maken zich er niet druk om of ze gezond eten, maar merken wel of het gezellig aan tafel is.
- eet op tijd. Vermoeidheid is een belangrijke oorzaak van slecht eten bij peuters. Heeft het kind een vermoeiende dag gehad, eet dan als het kan iets eerder.
- houdt uw kind wel van brood, fruit en melk, laat het van die voedingsmiddelen dan volop eten. Geef uw peuter eventueel 's middags een snee brood als tussendoortje. De warme maaltijd wordt daardoor minder belangrijk.
- een kind dat slecht groente eet, lust vaak wel enkele soorten fruit. Laat het kind meer fruit eten dan hierboven staat vermeld, het krijgt zijn vitamine C dan voldoende binnen.
- vermeng sterk smakende groenten met aardappelen of rijst, kinderen proeven alles veel sterker dan volwassenen en vinden daarom iets gauw niet lekker. Door de smaak wat af te zwakken worden bepaalde groenten wat eerder lekker gevonden.
- geef het kind niet teveel tussendoortjes in de middag als het de warme maaltijd moeizaam eet; het heeft dan misschien gewoon geen trek. 2 biscuitjes of 1 appel leveren net zoveel energie als 1 snee brood, 1 doosje rozijntjes levert net zoveel energie als 1/2 snee brood en een zakje chips levert net zoveel energie als twee boterhammen!
- op deze leeftijd ontdekt het kind ook het bestaan van snoep. Wees met het geven van snoep heel terughoudend: het is slecht voor de tanden en het neemt de eetlust weg.
- weigert uw kind gedurende langere tijd gewone melk of karnemelk, dan kunt u het gerust chocolademelk of yokidrink geven. Het krijgt dan wel de eiwitten en de kalk uit melk binnen. Het nadeel van deze produkten is dat ze suiker bevatten, wat slecht is voor het gebit en waardoor de kinderen te veel aan een zoete smaak wennen. Na verloop van tijd kunt u weer gewone melkprodukten proberen. Ook een schaaltje vla of pap zijn goede melkvervangers. Veel kinderen zijn op deze leeftijd dol op `danoontjes'. En danoontje kan wat de voedingswaarde betreft niet een glas melk vervangen en is bovendien duur. Een danoontje is een leuk uitziend tussendoortje voor op een feestje.
- als uw kind op het dagverblijf komt, ga dan eens na wat het daar eet. Vaak eet het daar gewoon met de groep mee. Op die dagen hoeft u niet bang te zijn dat uw kind te weinig binnen krijgt.
- als u alles geprobeerd heeft en toch het gevoel houdt, dat uw kind onvoldoende eet om gezond te kunnen blijven, schrijf dan twee weken lang alles op wat het kind eet en drinkt. Leg dit voor aan de arts/verpleegkundige op het peuterbureau. Vaak blijkt het eten dan reuze mee te vallen.

Ellen Govers, ditiste.

volgende pagina
Terug naar inhoudsopgave